De Kruisbek, een vinkachtige vogel met zijn bijzondere snavel, de bovenste en de onderste helft van de snavel zijn met elkaar gekruist, ideaal om zaden uit de sparrenappels of dennenappels te halen.

Tijdens de vogeltrek en in de winter zie je de kruisbekken regelmatig, samen met mezen, sijsjes, vinken en kepen in ons land. Ze hebben een compact lijf en een grote kop, het mannetje heeft een schitterende oranje-rode kleur, en het vrouwtje is overwegend groen-geel . De mannetjes zijn groter dan de vrouwtjes.

Meestal verblijven ze hoog in de bomen, maar als het wat warmer wordt, dan willen ze weleens naar beneden komen om te drinken bij een vennetje of ander watertje. 

Het vrouwtje legt 3 a 4 eieren, ze broedt ongeveer 14 dagen en daarna brengen de ouders samen de jongen groot, de eerste 10 dagen houdt het vrouwtje ze warm, na een dag of 25 verlaten ze het nest, en daarna worden ze nog een poosje door de ouders gevoed.

Meestal worden en 2 nestjes per jaar groot gebracht. Er zijn ongeveer 400-800 broedparen in Nederland. Door de aanplant van naaldbossen in de jaren dertig en veertig, is rond 1975-1980 het aantal broedparen toegenomen, de resultaten van de Nederlandse broedparen zijn echter nog niet om over naar huis te schrijven.

Om de drie, vier jaar is er vaak een invasie van de kruisbekken in Nederland. Wat hier de reden van is, is nog steeds niet helemaal duidelijk, misschien voedselgebrek elders, men weet het niet.

 

Wij maken gebruik van cookies om onze website te verbeteren, om het verkeer op de website te analyseren, om de website naar behoren te laten werken en voor de koppeling met social media. Door op Ja te klikken, geef je toestemming voor het plaatsen van alle cookies zoals omschreven in onze privacy- en cookieverklaring.